Er komt een moment waarop je beseft dat het niet langer jouw huis is.
Dat moment is verrassend klein.
Je loopt de woonkamer binnen.
Je wilt op de bank gaan zitten.
Maar daar ligt de kat.
Dus ga je ergens anders zitten.
Niet omdat het moet.
Maar omdat het ineens heel logisch voelt.
Vanaf dat moment verandert er iets.
Je koopt voer.
Geen gewoon voer.
Zalm.
Met saus.
In kleine zakjes die duurder zijn dan je eigen lunch.
Je sleept kattenbakvulling naar boven alsof je meedoet aan een wedstrijd gewichtheffen.
Je stofzuigt.
En vijf minuten later ligt er alweer een nieuwe laag haren.
Je koopt een prachtig kattenmandje.
Zacht.
Warm.
Perfect.
De kat gaat in de kartonnen doos liggen waarin het mandje werd bezorgd.
Natuurlijk.
’s Nachts word je wakker van een fanatiek graafgeluid.
Niet omdat de kat naar het toilet moet.
Maar omdat de kattenbak blijkbaar niet meer voldoet aan de kwaliteitsnormen van een vijfsterrenhotel.
Dus sta jij om drie uur ’s nachts een kattenbak schoon te maken.
De kat kijkt toe.
Alsof jij eindelijk hebt besloten je werk serieus te nemen.
En toch…
gebeurt er af en toe iets waardoor je alles weer vergeet.
Na een lange dag ploft de kat naast je op de bank.
Niet omdat jij haar hebt geroepen.
Niet omdat ze iets nodig heeft.
Ze komt gewoon liggen.
Heel even.
Alsof ze besloten heeft dat jij vandaag goed genoeg gezelschap bent.
Je durft nauwelijks te bewegen.
Niet omdat ze anders wakker wordt.
Maar omdat je stiekem geniet van het vertrouwen.
Het is eigenlijk een vreemde afspraak.
Wij betalen de hypotheek.
Zij bepalen waar we zitten.
Wij kopen het eten.
Zij besluiten of het acceptabel is.
Wij maken schoon.
Zij lopen er als eerste weer doorheen.
En toch voelt het nooit oneerlijk.
Misschien omdat huisdieren je nooit bedanken zoals mensen dat doen.
Ze zeggen geen dank je wel.
Ze sturen geen berichtje.
Ze kopen geen bloemen.
Ze komen gewoon naast je liggen.
En op de een of andere manier…
is dat genoeg.
Misschien is dat wel de enige huur die ze ooit betalen.
Reactie plaatsen
Reacties