Ik heb een talent.
Niet voor muziek.
Ook niet voor ritme.
Mijn grootste talent is enthousiast worden van iets nieuws.
Vraag me of ik een workshop wil volgen, een vreemde sport wil proberen of een instrument wil leren bespelen en mijn antwoord is bijna altijd hetzelfde.
“Leuk! Wanneer beginnen we?”
Mijn hoofd houdt van nieuwe werelden.
Dus toen ik mezelf de vraag stelde wat ik naast schrijven nog graag zou willen leren, bleef er één instrument steeds terugkomen.
Een saxofoon.
Waarom?
Geen idee.
Sommige dingen kun je niet uitleggen.
Die trekken gewoon aan je.
Terwijl er boven op zolder al maanden een keyboard staat dat mij blijkbaar totaal niet mist.
Dat keyboard en ik hebben een prima relatie.
We negeren elkaar volledig.
Een saxofoon voelde anders.
Alsof hij me al een tijdje zachtjes riep.
Dus boekte ik een proefles.
Heel eerlijk?
In mijn hoofd was ik al een klein beetje een jazzmuzikant.
Niet heel goed.
Maar ook zeker niet slecht.
Gewoon… iemand die verrassend snel talent bleek te hebben.
Dat idee duurde precies zeven minuten.
Mijn docent, Pepijn, glimlachte vriendelijk terwijl hij uitlegde hoe de saxofoon werkte.
Daarna zei hij iets wat achteraf ontzettend lief bleek.
“Als het vandaag lukt om één noot uit de saxofoon te krijgen, dan is de les eigenlijk al geslaagd.”
Één noot?
Serieus?
Ik ben volwassen.
Ik adem al mijn hele leven.
Hoe moeilijk kan blazen nou zijn?
Nou…
Blijkbaar behoorlijk moeilijk.
Niemand had me verteld dat een saxofoon niet zomaar besluit geluid te maken.
Je moet onderhandelen.
Met je adem.
Met je mond.
Met je lippen.
Met een rietje dat een geheel eigen mening blijkt te hebben.
Te hard?
Gekrijs.
Te zacht?
Stilte.
Te veel spanning?
Piep.
Te weinig?
Nog meer stilte.
Ergens begon ik de saxofoon ervan te verdenken dat hij me expres een beetje zat uit te lachen.
En toen gebeurde het.
Een noot.
Geen prachtige noot.
Geen jazz.
Geen Kenny G.
Maar wel míjn noot.
Ik weet nog dat ik er spontaan van moest lachen.
Alsof ik iets had ontdekt waarvan ik vergeten was hoe leuk het eigenlijk is.
Beginner zijn.
Want daar zijn we als volwassenen helemaal niet meer zo goed in.
We willen het liefst ergens meteen een beetje goed in zijn.
Een beetje talent hebben.
Een beetje weten wat we doen.
Maar een beginner…
Die mag stuntelen.
Die mag piepen.
Die mag fouten maken.
Sterker nog…
Dat hoort erbij.
Aan het einde van de les speelde ik zelfs drie noten achter elkaar.
Als je heel veel fantasie had, kon je er bijna een melodie in horen.
Ik was er belachelijk trots op.
Drie noten.
Vroeger had ik dat waarschijnlijk nauwelijks een prestatie gevonden.
Sterker nog als ik van te voren had geweten dat drie noten het maximale was na een les, was ik er waarschijnlijk niet eens aan begonnen.
Nu voelde het als een overwinning.
Misschien omdat ik de afgelopen tijd heb geleerd dat vooruitgang helemaal niet groot hoeft te zijn.
Soms is één noot genoeg.
Eén zin.
Eén wandeling.
Één hoofdstuk.
Één klein stapje waardoor je denkt:
“Hé… volgens mij leef ik weer een beetje.”
Morgen ga ik een saxofoon huren.
Niet omdat ik zeker weet dat ik er goed in word.
Maar omdat ik nieuwsgierig ben naar noot nummer vier.
En eerlijk…
Dat voelt misschien nog wel mooier dan meteen goed willen zijn.
Reactie plaatsen
Reacties