Gouden lijntjes, de kunst van mooi breken

Gepubliceerd op 6 juni 2026 om 09:00

Een paar weken geleden liet ik een mok uit mijn handen vallen.

Niet zomaar een mok.

Zo’n mok die ongemerkt onderdeel van je dag is geworden.

De thee smaakt er net iets lekkerder uit.

Hij ligt prettig in je hand.

En precies daarom laat je hem natuurlijk vallen.

Hij brak in vijf stukken.

Ik keek er even naar.

En mijn eerste gedachte was precies dezelfde als altijd.

Jammer.

Daarna pakte ik automatisch de stoffer en blik.

Want kapot is kapot.

Toch?

Later die avond moest ik ineens denken aan iets wat ik ooit had gelezen.

In Japan bestaat een eeuwenoude kunstvorm die kintsugi heet.

Daar repareren ze gebroken aardewerk niet door de barsten te verstoppen.

Ze vullen ze met goud.

Niet zodat je de scheur niet meer ziet.

Maar juist zodat je hem nooit meer over het hoofd kunt zien.

Ik weet nog dat ik de eerste keer dacht:

Wat een prachtig idee.

En vrijwel direct daarna:

Dat werkt natuurlijk alleen bij vazen.

Want mensen…

Mensen horen heel te zijn.

Tenminste, dat dacht ik vroeger.

Als er iets moeilijk was, zette ik gewoon een glimlach op.

Als ik moe was, werkte ik harder.

Als iets pijn deed, probeerde ik het vooral niet te laten zien.

Best bijzonder eigenlijk.

Want als mijn auto een rood lampje laat zien, maak ik meteen een afspraak bij de garage.

Maar jarenlang dacht ik dat ik zelf gewoon door kon rijden.

Misschien doen we dat allemaal wel een beetje.

Doorgaan.

Nog even.

Nog één week.

Nog één project.

Nog één afspraak.

Tot ergens onderweg blijkt dat je niet moe bent…

maar leeg.

Het gekke is dat herstellen helemaal niet voelt als vooruitgaan.

Voor mij voelde het eerder alsof ik terug moest.

Terug naar simpele vragen.

Waar krijg ik energie van?

Waar word ik rustig van?

Welke dingen doe ik omdat ík ze wil…

en welke omdat ik ooit ben gaan geloven dat het zo hoorde?

Dat laatste vond ik misschien nog wel het moeilijkst.

Hoeveel overtuigingen draag je eigenlijk met je mee die nooit echt van jezelf zijn geweest?

Regels die je onderweg hebt opgepakt.

Van school.

Van je werk.

Van mensen die het vast goed bedoelden.

En ergens ben je ze gaan aanzien voor de waarheid.

Pas toen ik langzaam wat van die overtuigingen losliet, ontstond er ruimte.

Ruimte om weer te schrijven.

Ruimte om muziek te maken.

Ruimte om gewoon een wandeling te maken zonder dat die ergens toe hoefde te leiden.

Ik dacht vroeger dat herstellen betekende dat je weer dezelfde werd als daarvoor.

Dat blijkt helemaal niet zo te werken.

Gelukkig maar.

Want eerlijk gezegd wil ik niet meer terug naar wie ik toen was.

Niet omdat die versie verkeerd was.

Maar omdat ik deze versie beter ken.

Zachter.

Nieuwsgieriger.

Minder gehaast.

En misschien ook wel een beetje moediger.

Mijn scheuren zijn niet verdwenen.

Ze lopen nog steeds door mijn verhaal.

Alleen zie ik ze inmiddels anders.

Niet als iets wat verstopt moet worden.

Maar als de plekken waar het licht naar binnen kwam.

Misschien hadden de Japanners toch gelijk.

Misschien worden we niet ondanks onze barsten mooier.

Maar juist erdoor.