Er bestaan mensen die zich voorbereiden op een vakantie.
Ze bestuderen wandelroutes.
Downloaden offline kaarten.
Nemen voldoende water mee.
Een EHBO-set.
Powerbanks.
Snacks.
Regenjassen.
En schoenen die speciaal ontworpen zijn voor precies dat ene type berg waarop ze straks gaan lopen.
Wij kennen zulke mensen.
Wij zijn ze alleen niet.
Wij zijn meer van het type:
“We zien wel.”
Op de een of andere manier levert dat iedere vakantie minstens één verhaal op.
Zoals die keer in Duitsland.
We namen de kabelbaan naar boven.
Prachtig uitzicht.
Frisse berglucht.
Zo’n vakantieplaatje waarvan je denkt: dit gaat in het fotoboek.
Alleen…
Beneden kwamen we niet.
Nou ja…
Niet op de manier waarop de bedoeling was.
Ergens hadden we een bordje gemist.
Of genegeerd.
Of nooit gezien.
Het resultaat was hetzelfde.
In plaats van een ontspannen wandeling terug naar de kabelbaan stonden we ineens op een serieuze bergroute.
Zo eentje met hoogteverschillen.
Waarschuwingsbordjes.
En wandelaars die eruitzagen alsof ze al drie dagen onderweg waren.
Wij droegen slippers.
Niet van die degelijke wandelsandalen.
Gewoon slippers.
Van die exemplaren die eigenlijk al moeite hebben met een nat zwembadtegeltje.
Water hadden we natuurlijk ook niet bij ons.
De kinderen begonnen vragen te stellen.
Mijn man opende Google Maps met de blik van iemand die zich langzaam realiseert dat ‘we zien wel’ misschien toch geen officieel noodplan is.
En ik?
Ik deed wat ik altijd doe.
Heel rustig blijven terwijl ik van binnen alvast begon uit te rekenen hoeveel kilometer één liter spijt precies is.
Na een klein uur kwamen we een groep Duitse wandelaars tegen.
Je kent het type.
Stevige wandelschoenen.
Rugzak.
Wandelstokken.
Ze keken naar ons zoals je naar iemand kijkt die probeert een Ikea-kast in elkaar te zetten met een botermes.
Een man zei iets in het Duits.
Ik spreek nauwelijks Duits.
Maar sommige boodschappen hebben geen vertaling nodig.
Hij wees naar onze slippers.
Schudde zijn hoofd.
En keek ons aan alsof hij zich serieus afvroeg hoe wij de volwassen leeftijd überhaupt hadden bereikt.
Eerlijk?
Hij had een punt.
Alleen…
Dit was niet eens de eerste keer.
Een jaar eerder kochten we waterschoenen voor Kroatië.
Heel verantwoord.
Na de vakantie borg ik ze zó goed op…
…dat ik ze nooit meer terugvond.
Het jaar daarna kochten we dus gewoon nieuwe.
Ook die verdwenen.
Pas jaren later, toen we onze auto verkochten, vonden we beide paren terug.
Verstopt rondom het reservewiel.
Blijkbaar had een eerdere versie van mezelf gedacht:
“Hier liggen ze zó veilig dat ik ze nooit meer kwijt raak.”
Dat klopte.
Ze lagen er nog.
Alleen inmiddels aan elkaar gesmolten.
Ik wou dat ik kon zeggen dat we hiervan geleerd hebben.
Dat zou een prachtig einde zijn.
Maar volgende zomer gaan we weer naar de bergen.
Ik heb de wandelroutes al even bekeken.
Ze zien er heel toegankelijk uit.
Ik heb alleen nog niet gecontroleerd welke schoenen we meenemen.
En eerlijk…
Ik durf ook niet te kijken waar de waterschoenen inmiddels liggen.
Misschien bestaan er mensen die van iedere vakantie iets leren.
Wij verzamelen liever verhalen.
En heel af en toe…
een paar gesmolten waterschoenen.