Toen ik zestien was, dacht ik dat je één keer een keuze maakte.
Je koos een opleiding.
Daar hoorde een beroep bij.
En dat deed je vervolgens… tot je met pensioen ging.
Lekker overzichtelijk.
Ik zag het helemaal voor me.
Je werd kapper en knipte de rest van je leven haren.
Je werd timmerman en bouwde huizen.
Je werd verpleegkundige en zorgde voor mensen.
Einde verhaal.
Alleen…
Ik ken eigenlijk helemaal niet zoveel mensen bij wie dat ook echt zo is gelopen.
Ik zelf al helemaal niet.
Mijn eerste grote droom was verpleegkundige worden.
Ik zag mezelf al helemaal voor me.
Behulpzaam.
Zorgzaam.
Rustig.
Tot ik tijdens een meeloopweek op een afdeling voor terminaal zieke patiënten terechtkwam.
Op mijn allereerste dag kreeg een man te horen dat hij niet meer beter zou worden.
Die week hoorde ik hem huilen.
Schreeuwen.
Niet willen eten.
Niet willen drinken.
En ergens besloot de zestienjarige versie van mij:
“Dit kan ik niet.”
Dus werd het…
Kapper.
Want hoe leuk klonk dat?
Mensen blij maken.
Nieuwe kapsels.
Complete metamorfoses.
Een soort televisieprogramma, maar dan iedere dag.
De werkelijkheid bleek iets minder spectaculair.
Drie jaar lang knipte ik vooral puntjes.
Permanentjes.
En nóg een keer alleen de puntjes.
Mijn droom van dagelijkse make-overs bleek verrassend weinig overeenkomsten te hebben met de werkelijkheid.
Dus ook dat werd hem niet.
Vanaf dat moment begon mijn carrière zich te gedragen als mijn rijstijl.
Volgens mijn beste vriendin rijd ik altijd op de linkerbaan.
Vol gas.
En zodra iets niet meer goed voelt…
…gaat mijn richtingaanwijzer aan.
Toerisme.
Hotels.
Reisbureau.
Uitzendbureau.
Zorg.
Accountancy.
HR.
Non-profit.
En inmiddels…
Senior HR Adviseur.
Die laatste had ik eerlijk gezegd ook niet helemaal zien aankomen.
Sterker nog…
Ik denk niet dat hij helemaal bij me past.
En dat is misschien wel het mooiste inzicht dat ouder worden me heeft gegeven.
Dat je van gedachten mág veranderen.
Vroeger voelde iedere keuze alsof ik de rest van mijn leven vastlegde.
Nu voelt iedere keuze vooral als de volgende afslag.
Mijn dochter staat nu ongeveer op dezelfde plek waar ik ooit stond.
Ze moet kiezen wat ze wil gaan studeren.
En soms raakt ze daar best een beetje gestrest van.
Dan vertel ik haar altijd hetzelfde.
“Je kiest geen leven.”
“Je kiest alleen wat je de komende paar jaar interessant genoeg vindt om te leren.”
Daarna mag je opnieuw kiezen.
En nog een keer.
En nog een keer.
Want eigenlijk is een carrière helemaal geen rechte weg.
Het is meer een verzameling afslagen waarvan je pas achteraf begrijpt waarom je ze genomen hebt.
Misschien is dat ook wel precies waarom ik zo graag nieuwe dingen probeer.
Een sport.
Een saxofoon.
Een boek schrijven.
Ik ben blijkbaar iemand die nieuwsgieriger is dan standvastig.
En eerlijk?
Daar heb ik eindelijk vrede mee.
Al moet ik misschien wel leren om af en toe eerst in mijn spiegels te kijken…
…voordat ik weer enthousiast van rijstrook wissel.